Prof. Peter Verhamme, UZ Leuven

Risicofactoren voor trombose

“Veneuze trombose en longembolie zijn beiden manifestaties van een trombose in de diepe aderen. Vooral mensen die weinig mobiel of bedlegerig zijn, of zij die vaak op lange afstandsvluchten zitten, hebben een verhoogd risico. Ook wanneer de bloedvaten beschadigd zijn door bijvoorbeeld een trauma is er een grotere kans”, zegt Prof. Verhamme.

“Een heelkundige ingreep, een ongeval met immobilisatie of gips tot gevolg en sommige ziektes zoals kanker zijn eveneens risicofactoren. Een andere risicogroep betreft patiënten met een verhoogde stollingsneiging. Dit kan aangeboren zijn, maar kan ook het gevolg zijn van chemotherapie of hormonale behandelingen. Verder kan ook de anticonceptiepil in beperkte mate het risico op trombose verhogen omdat ze oestrogeen bevat.”

Preventie: hoe vroeger, hoe beter!

Prof. Verhamme: “Het is cruciaal dat mensen aandacht hebben voor de klinische verschijnselen van veneuze trombose en longembolie. Hieronder verstaan we onder meer pijn in de ledematen, gezwollen ledematen, kortademigheid en pijn in de borstkas. Vooral mensen die deel uitmaken van één van de risicogroepen moeten dan extra alert zijn.

“Is het risico hoog, dan kan dat preventief verlaagd worden door bijvoorbeeld bedlegerige mensen steunkousen te laten dragen, maar ook door in specifieke situaties een lage dosis van een bloedverdunner te geven. Voor mensen die weinig mobiel zijn is het bovendien belangrijk dat ze toch proberen zoveel mogelijk te bewegen.”

“Hoe vroeger de verschijnselen van veneuze trombose of longembolie worden herkend, hoe efficiënter de behandeling kan verlopen en hoe kleiner de risico’s. Je kan een trombose natuurlijk nooit volledig uitsluiten, maar je kan wel het risico verminderen”, aldus Prof. Verhamme.

Nieuwe generatie van bloedverdunners: een revolutie

“De afgelopen 10 jaar heeft er een spectaculaire revolutie plaatsgevonden op het vlak van antistollingsbehandelingen. Er zijn nu de zogenaamde Nieuwe Orale AntiCoagulantia (NOAC’s). Die zijn veiliger, meer voorspelbaar en gebruiksvriendelijker dan de vorige generatie van bloedverdunners. Intussen zijn ze de nieuwe standaardtherapie voor de meeste patiënten met veneuze trombo-embolie of met voorkamerfibrillatie.”

Prof. Verhamme: “Door de constante werking verdwijnt de nood aan zeer frequente bloedtesten, wat de levenskwaliteit aanzienlijk verbetert. Patiënten moeten trouwens niet langer letten op hun voeding of de medicijnen die ze innemen. De nieuwe middelen vertonen ook minder ernstige bloedingen als bijwerking dan de klassieke bloedverdunners; vooral het aantal bloedingen in het hoofd is spectaculair gedaald.”

“Voor een van deze NOAC’s hebben spoeddiensten desondanks een specifiek antidotum ter beschikking dat ze kunnen toedienen bij een zeer dringende ingreep of een ernstige bloeding in de uren volgend op de laatste inname”, besluit Prof. Verhamme.