De laatste jaren is dit cijfer licht gedaald, maar toch blijft het zeer hoog in vergelijking met de 907 gevallen in 1997, het jaar waarin het minste aantal gevallen gediagnosticeerd werd. We vragen meer uitleg aan Prof. Steven Callens van de UGent.


Prof. Dr. Steven Callens (UGent)

 

Wat zeggen bovenstaande cijfers u?

Eigenlijk zouden we veel beter moeten doen, want we hebben alle middelen in handen om tot nul infecties te komen, zoals preventieve behandelingen, vroege diagnoses en een vroege behandeling via antiretrovirale middelen. Naast condoomgebruik en gedragswijziging zijn dat zeer belangrijke instrumenten om de epidemie te stoppen.

Hoe staat het met de levensverwachting en –kwaliteit van HIV-patiënten?

Bij een vroege diagnose en behandeling is de levensverwachting vrij normaal. Bij een late diagnose en wanneer de immuniteit al laag is, zijn er dikwijls ernstige infecties die kunnen leiden tot aanslepende gezondheidsproblemen. Bovendien treden vaker en op jongere leeftijd ouderdomsziektes op. Dit zijn bv. diabetes, hypertensie en een te hoge cholesterol, die op hun beurt dan leiden tot hart- en vaatziekten. Ook bepaalde kankers en botziektes treden vaker op.

We kennen deze risico’s goed en kunnen ze vroegtijdig opsporen, maar de gevolgen van deze aandoeningen blijven bestaan. Een goede en regelmatige opvolging is dus essentieel om ze vroegtijdig te kunnen opsporen.

Welk misvattingen bestaan er over HIV?

Sommigen geloven dat HIV kan worden doorgegeven via muggen, een knuffel, een kus, een aanraking… Niets is minder waar. De overgrote meerderheid wordt besmet door seksuele contacten. Dit wil daarom niet zeggen dat mensen met HIV een losbandig leven hebben geleid. Haast iedereen heeft wel een seksueel meer actieve periode in zijn of haar leven. De andere misvatting is dat iedereen denkt dat hij of zij geen risico loopt, en dat HIV alleen voorkomt in bepaalde risicogroepen. Iedereen loopt echter een risico.

Vandaag wordt er steeds meer gefocust op het genezen van HIV. Wil dat zeggen dat preventie aan belang inboet?

Preventie blijft belangrijk, net zoals een vroege diagnose en behandeling. De aandacht in de media ligt misschien wat meer op de genezing van HIV, maar er wordt wel degelijk nog steeds ingezet op preventie. Dit begint bij een bewustwording van het risico. Adolescenten die hun seksualiteit ontdekken moeten informatie krijgen over wat een gezonde seksbeleving is.

Personen die een risico hebben gelopen moeten bovendien vroegtijdig kunnen worden getest. We moeten in dit kader zelftesten mogelijk maken in België. Met een negatief resultaat van de HIV test is het ook belangrijk dat we de juiste boodschappen geven over hoe een infectie te voorkomen, bv. door een consistent condoomgebruik.

Hoe doet België het op het vlak van preventie?

Er staan in de beleidsverklaring van minister De Block enkele expliciete passages over het ‘HIV plan’ van enkele jaren geleden. Dat stemt mij uiteraard gunstig. Even leek dit wat weg te deemsteren, maar ik vind het toch een krachtig signaal dat dit terug expliciet wordt opgenomen in het beleid.

Anderzijds kunnen we niet ontkennen dat het in België vaak lang duurt om nieuwe inzichten op het terrein te kunnen toepassen. Hierbij heb ik het over de toegang tot antiretrovirale therapie om te vermijden dat nieuwe personen worden besmet (PrEP) of om mensen die leven met HIV te behandelen zodat ze dan het virus niet meer kunnen verspreiden (TasP).

Welke maatschappelijke voordelen zijn daaraan verbonden?

De antiretrovirale therapie kan het virus zo sterk onderdrukken dat er te weinig overblijft om iemand anders te besmetten. Dat betekent een grote meerwaarde voor de maatschappij: het aantal nieuwe infecties én de kost daarvan kun je zo immers drastisch verminderen. Een behandeling kost algauw tot € 1000 per maand. Dat is een stevige prijs op korte termijn. Maar op middellange termijn, wanneer er geen nieuwe HIV gevallen meer bijkomen, is de besparing enorm. Een vroege detectie en preventie leveren trouwens ditzelfde maatschappelijke voordeel op.