Prof. Dr. Peter Carmeliet, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en vroeger scientific director van het VIB Centrum voor Kanker Biologie Leuven, geeft ons meer uitleg.

 

Hoe doet Vlaanderen het op het vlak van medische innovatie?
 

"Vlaanderen doet het alvast erg goed ten opzichte van andere landen. Dankzij het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) is er een enorme boost gekomen, waarbij de kritische massa kon worden vergroot en het niveau sterk werd verhoogd, ook aan de Vlaamse universiteiten. Hierdoor zijn we op wereldniveau binnen bepaalde niches zeer competitief geworden. Uiteraard beschikken we niet over de grootte en de financiële middelen van landen zoals de Verenigde Staten, maar ondanks onze beperkingen doen we het zeker niet slecht.”

“Het Vlaamse model met ‘centers of excellence’ zoals het VIB zorgt er alvast voor dat de lat voor wetenschappelijk onderzoek hier erg hoog ligt en gericht is op het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. De Vlaamse regering krijgt op deze manier een goede return voor het geld dat ze investeert. Bovendien zorgt het voor een klimaat waar men echt durft in te zetten op baanbrekend onderzoek. Veel landen zijn dan ook terecht jaloers op ons model.”

“Vlaanderen staat intussen wereldwijd bekend omwille van zijn expertise in kankerbehandelingen. Zo wordt in Vlaanderen baanbrekend onderzoek gevoerd rond bijvoorbeeld single cell genetica, maar ook binnen mijn specifiek onderzoeksgebied angiogenese. Daarnaast beschikken we ook over heel wat expertise op het vlak van onder meer chronische darminflammatie, HIV, tropische ziekten, stamcellen, intensieve geneeskunde en neurowetenschappen.”

 

Wat houdt uw onderzoeksgebied precies in?
 

“Angiogenese betreft de vorming van nieuwe bloedvaten. Bij therapeutische angiogenese trachten we onze kennis hierover te gebruiken om organen te maken of herstellen. Vandaag is het alvast mogelijk om mininiertjes te maken in het labo, maar helaas zijn deze nog te klein en onvoldoende doorbloed om echt in te planten bij mensen. Om cellen te laten groeien, moeten namelijk suikers en zuurstof kunnen worden aangevoerd. Daarvoor is dan weer bloedvoorziening nodig, en dus ook kennis over de vorming van bloedvaten.”

“Bloedvatvorming vindt echter ook plaats bij bijvoorbeeld ziektes zoals kanker. Kanker is in feite een wildgroei van cellen die continu honger hebben en dus alsmaar meer suikers en zuurstof nodig hebben. Daarom gaan ze bloedvaten doen groeien. Het doel in dit geval is dus net om de bloedvatvorming af te remmen, zodat de kanker kan worden tegengehouden.”
 

 

Wat is het potentieel van therapeutische angiogenese?
 

“Zo’n 13% van de Vlamingen heeft ooit last van nierfalen als gevolg van een chronische nierziekte. Een eerste oplossing is dan nierdialyse, maar dat is sociaaleconomisch een enorme last en kan op termijn ook falen. De levensverwachting van deze patiënten is slechts vijf jaar. Er blijft dan maar één oplossing over: een niertransplantatie. Er zijn echter veel te weinig donoren en door de vergrijzing van onze bevolking neemt de nood enkel maar toe.”

“Indien we dit dus zouden kunnen vervangen door organen die worden gekweekt uit de cellen van de patiënt zelf, dan valt het probleem met de schaarste aan donoren meteen weg. Een bijkomend probleem dat dan vermeden wordt, is dat het transport van de nier van de overleden persoon naar de nierpatiënt steeds schade berokkent aan de nier, waardoor deze na transplantatie minder goed zal functioneren.”

 

Daarnaast stelt u dat angiogenese kan worden gebruikt om kanker te bestrijden. Welke rol speelt het Vlaamse onderzoek hierin?
 

“Het is vandaag reeds mogelijk om met één bepaalde therapie één eiwit te blokkeren, de zogenaamde vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF). Die wordt gezien als de bestuurder van de bloedvatvorming. Men geeft daarbij neutraliserende antilichamen tegen VEGF in de hoop dat de bloedvaten van de kanker minder snel zullen groeien. Deze behandeling heeft echter slechts een matig effect. Daarom zoeken we momenteel intensief naar nieuwe alternatieven.”

“Negen jaar geleden zijn we in Vlaanderen op een volledig nieuw spoor beginnen te zoeken. Het uitgangspunt hierbij was dat het niet veel zin heeft om slechts één eiwit te neutraliseren, omdat kankercellen nu eenmaal altijd andere angiogene eiwitten zullen vrijmaken die de bloedvaten opnieuw kunnen doen groeien.”

“Het heeft dus meer zin om de motor van die bloedvatvorming stil te leggen dan enkel de bestuurders. Dat doen we door in te werken op de stofwisseling van de bloedvaten, waarbij onder meer suikers worden omgezet in energie en nieuwe bouwstenen. Het resultaat is een efficiëntere en bredere aanpak van kanker en een verbeterd effect van onder andere immunotherapie. Onze hoop is alvast dat we op die manier voor een stuk kunnen bijdragen aan het herleiden van kanker tot een chronische ziekte.”