De medische wereld boekt iedere dag opnieuw vooruitgang op het vlak van effectievere geneesmiddelen en behandelingen. Toch is niet enkel innovatie is belangrijk voor een beter welzijn van de patiënten, maar ook het creëren van de juiste ingesteldheid, waarbij de patiënt zélf de lust vindt om te blijven verderzetten. We praten met Marieke “Wielemie” Vervoort, Paralympisch kampioene en voorbeeld voor vele patiënten, over hoe zij ondanks progressieve myelopathie steeds positief naar het leven blijft kijken.

Profiel
Marieke (34) was al van kinds af sportief. Toen ze in 2000 in een rolstoel belandde was dit dan ook een grote klap. Tijdens haar revalidatie begon ze opnieuw te sporten en in 2004 werd ze ontdekt door de coach van Mark Hermans. In 2006 werd ze voor het eerst wereldkampioene triatlon in haar categorie. In 2007 werd ze zelfs overall wereldkampioene en nam ze deel aan de loodzware Iron Man. In 2012 verblufte Marieke iedereen op de Paralympics in Londen, met zilver op de 200m en goud op de 100m sprint.

 

Wat waren voor jou tot zover de hoogtepunten en dieptepunten van je sportcarrière?
Ik kan heel wat mooie momenten opnoemen die me de kracht geven om steeds opnieuw uitdagingen te stellen. Mijn eerste titels als wereldkampioene in 2006 en 2007 smaakten natuurlijk naar meer. Toen ik dankzij benefieten van vrienden kon deelnemen aan de Iron Man in Hawaii kwam een droom in vervulling. Jammer genoeg draaide het uit op een nachtmerrie, want mijn materiaal bleef achter en door pech kon ik de wedstrijd niet uitrijden. Ik ben toen in een diepe put beland en kreeg ook fysiek een zware opstoot van mijn aandoening. Het ging snel achteruit en ik regelde zelfs mijn euthanasiapapieren. Dit heeft me geholpen om terug te leven en te genieten van de kleine dingen. Ik begon terug te trainen en nam in 2012 in Londen deel aan de Paralympics. Ik behaalde er een onverhoopt resultaat en werd bij terugkomst in mijn thuisstad Diest door maar liefst 2.000 supporters opgewacht. Onvergetelijk! Op het WK in Lyon kwam ik echter zwaar ten val en sindsdien ben ik terug in revalidatie. Dankzij de steun van vrienden heb ik me ook door deze periode geworsteld.

 

Hoe wordt je aandoening behandeld?
Ik leid aan progressieve myelopathie, wat maakt dat het slechts voor een deel te behandelen is. Langzaam maar zeker ga ik verder achteruit. Doorgaans krijg ik niet zoveel behandeling. Enkel tijdens de periodes wanneer ik in het ziekenhuis verblijf is het intensiever. Zo heb ik nu bijvoorbeeld elke dag een uur ergotherapie en een uur kinesitherapie. Daarbij worden mijn handen en beenspieren regelmatig gestretcht. Hoewel ik niet meer kan lopen, is het belangrijk om de spieren soepel te houden, anders gaan ze verstijven in een 90° houding. Bovendien ga ik natuurlijk ook naar de kinesist wanneer ik ergens last van heb. Ik kan mezelf ook spierontspanners toedienen via een pomp die rechtstreeks met mijn ruggenmerg is verbonden. Deze moet ik ongeveer iedere 7 weken laten bijvullen. Ik noem het mijn “koekendoos” (lacht).

 
“Zenn is een grote hulp in mijn dagelijkse activiteiten en tovert steeds een glimlach op het gezicht van mijn medepatiënten”

Hoe sta je tegenover dokters en verplegend personeel?
Met het verplegend personeel en mijn dokters heb ik intussen een zeer sterke band ontwikkeld. Er wordt hier vaak gelachen, en dat moet ook. Het toont dat ik me hier goed in mijn vel voel. De meeste mensen zien me gewoon als Marieke die in een rolstoel zit, maar natuurlijk komen er nog andere dingen bij kijken. Ik heb tot nu toe steeds mijn plan kunnen trekken, maar zal in de toekomst wel enkele dagen per week een  thuisverpleegkundige moeten inschakelen. Ik merk dat ik hulp begin nodig te hebben gezien mijn aandoening progressief van aard is. Dat is weer een stukje afgeven, maar het is voor mijn eigen goed.

 

Hoe staan je dokters tegenover je ambitieuze sportieve plannen?
Ik geef hen weinig keuze, ze kennen me goed genoeg (lacht). Toen ik binnenkwam na mijn zware val op het WK in Lyon toonde ik mijn dokter een foto van mezelf met mijn medaille op de Paralympics, en riep opgewonden: “Hier gaan we voor, Rio 2016! Knoop het in je oren!”. Dankzij een zware maar succesvolle operatie aan mijn schouder ben ik er snel weer bovenop geraakt. Ik heb sinds een maand mijn training terug aangevat en het gaat beter dan ik had verwacht, dus… “I’ll be back”! In juli heb ik in Parijs opnieuw een eerste internationale wedstrijd en eind augustus doe ik mee aan het EK in Wales. Ik wil koste wat kost in 2014 mijn nieuwe start maken. Johan Boskamp gaat alvast met me mee naar Rio 2016. Mijn dokters me hebben gewaarschuwd dat ik nooit meer 100% dezelfde prestaties zal kunnen neerzetten. Maar dit geeft me net extra vechtlust.

 

In 2009 schreef je een boek, getiteld “Wielemie Sporten Voor Het Leven”. Welke boodschap wil je ermee overbrengen?
Mijn voorwaarde aan de uitgever was dat het een echt verhaal zou zijn dat de boodschap brengt dat je gelukkig kan zijn ook wanneer het leven geen rozengeur en maneschijn is. In mijn boek staan dus de grootste hoogtepunten, maar ook de dieptepunten. Ik hoop dat dit een ruggensteun kan zijn voor anderen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Ik heb alvast heel wat positieve reacties gekregen en wie weet komt er nog wel een vervolg over mijn comeback. Bovendien hou ik een blog bij op mijn drukbezochte website www.wielemie.be. Ook plaats ik regelmatig updates op mijn facebookpagina.

 
“Het belangrijkste is dat je je steeds doelen blijf stellen. Telkens als ik iets moet afgeven komt er iets in de plaats. Maar je moet het willen zien en die oogkleppen afdoen”

Wat is je advies aan mensen met een gelijkaardige aandoening?
Het belangrijkste is dat je je steeds doelen blijf stellen. Telkens als ik iets moet afgeven komt er iets in de plaats. Maar je moet het willen zien en die oogkleppen afdoen. Heel vaak keren mensen in zichzelf, denkende dat ze niets meer kunnen. Maar de boodschap is om te kijken naar wat je wel nog hebt en kunt, en te leren genieten van de kleine dingen. Dan zal je beseffen hoe rijk je leven is. Ik voel mezelf een rijk mens, dankzij de steun die ik krijg van vrienden. Ook geniet ik enorm van het gezelschap van mijn hond Zenn. Het leuke aan haar is dat wanneer ik met haar verschijn, de aandacht niet langer uitgaat naar wat ik niet meer kan, maar wat mijn hond wel kan. Ze is een grote hulp in mijn dagelijkse activiteiten en tovert steeds een glimlach op het gezicht van mijn medepatiënten. Op onze afdeling is ze een ware mascotte! Ook laat ik me zelf inspireren door andere personen. Tijdens mijn deelname aan de Paralympics was ik extra gemotiveerd door twee belangrijke mensen: Annick Van Uytsel en mijn overleden vriend Gunther. Zo zie je maar dat geluk en steun vaak uit een onverwachte hoek kunnen komen. Iedereen kan zijn geluk wel ergens in vinden.